|
|
De Bachtiari zijn altijd een belangrijke stam in Perzie geweest, ook in
begin 21e eeuw zijn nog veel vooraanstaande politici afkomstig uit de Bachtiari. Ze bewonen vanouds de streek ten zuiden van Isfahan en hebben zich gevestigd in de dorpen op de oostelijke hellingen van de Zagros bergketen.
In deze streek trokken zij vroeger rond en vonden zij een
vruchtbaar weidegebied voor de schapen. Deze schapen produceren
een zware glanzende wol die uitstekend geschikt is voor de
fabricage van tapijten. Het overgrote deel van de
Bachtiaritapijten is niet geknoopt door leden van de stam maar
door dorpelingen van Turkse of Koerdische afkomst die in her
district Chahar Mahal wonen. Het betreft zo'n 20 à 30 dorpen in
de omgeving van de hoofdstad Shahr Kurd (Koerdische stad). De tapijten hebben vrijwel
altijd een
katoenen ketting en inslag en de pool is hoog.
De tuinen met water in Perzie zijn ontworpen door deskundige Romeinse ingenieurs.
Plinius beschrijft deze reeds, alles werd gevoed door beekjes die nooit
droog staan. Naar het voorbeeld van deze tuinen is het ontwerp van
de tuintapijten gemaakt. Perzische handschriften uit de tijd van koning Chosroes I (die regeerde Perzië van 531-579) beschrijven
het legendarische tapijt genaamd "De Lente van
Chosroes". Het kleed had de enorme afmetingen van 150 * 30
meter en werd geknoopt van wol en zijde, versierd met goud, zilver en afgezet met edelstenen.
Het paleis Ctesiphon is door de Arabieren na hun inval in 637
geplunderd, het tapijt is vernield, in stukken gesneden en is
daarna verloren gegaan.
|

18e eeuws tuintapijt
|